Knaagdieren konijnenSpecies guideBeginner

Dwergkonijn: rassen, grootte en wat een klein konijn nodig heeft

Het LICG rekent konijnen tot 1,7 kilo tot de dwergkonijnen; kleurdwerg en Pool (hermelijn) wegen volgens de KLN-speciaalclub 800 tot 1.350 gram, de Polish 800 tot 1.150 gram. Door de ronde kop hebben dwergen vaker erfelijke tandproblemen (olifantstanden). Voor twee dwergkonijnen adviseert het LICG sinds september 2026 een losloopruimte van 280 x 200 cm (5,6 m²); konijnen worden zo'n acht tot tien jaar.

Gerelateerde huisdiersoorten:Rabbit
Grijs-wit dwergkonijn met korte rechtopstaande oren en een pluizige kop tegen grijze achtergrond
Korte oren, een ronde kop en een compact lijf horen bij een dwergkonijn, maar pas het volwassen gewicht laat zien of het echt een dwerg is.

Dwergkonijn: rassen, grootte en wat een klein konijn nodig heeft

Kort gezegd

Een dwergkonijn is een konijn van een dwergras. Het LICG rekent alle konijnen tot 1,7 kilo tot de dwergkonijnen, met de kleurdwerg en de Nederlandse hangoordwerg als bekendste voorbeelden. Kleurdwerg en Pool (in het Duits Hermelin, vandaar „hermelijn”) wegen volgens de KLN-speciaalclub 800 tot 1.350 gram, met oortjes van 4 tot 6 centimeter. Klein betekent niet makkelijk: door de ronde kop hebben dwergen vaker erfelijke tandproblemen, ze zijn vaak feller en schichtiger dan grote rassen, en je houdt ze altijd met z'n tweeën. Voor twee dwergkonijnen adviseert het LICG sinds september 2026 een losloopruimte van 280 bij 200 centimeter. Hooi is het hoofdvoer, biks hooguit 20 gram per kilo lichaamsgewicht. Met goede zorg wordt een konijn acht tot tien jaar, soms ouder.

tot 1,7 kgde grens van de dwergklasse in de LICG-indeling
5,6 m²losloopruimte voor twee dwergkonijnen (LICG, september 2026)
8 à 10 jaarlevensverwachting van een konijn als huisdier volgens het LICG

Wat is een dwergkonijn? Dwerg als formaat en als ras

In de dierenwinkel is een dwergkonijn vaak gewoon een klein konijn; in de fokkerij is het een ras met vastgelegd gewicht en uiterlijk. Een „dwergje” uit een nest zonder bekende ouders kan later gewoon middelgroot worden.

Het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG) deelt konijnenrassen in vier gewichtsklassen in. Van de ongeveer vijftig rassen die het LICG noemt, vallen de lichtste in de dwergklasse:

Klasse (LICG)GewichtVoorbeelden
Dwergkonijntot 1,7 kgkleurdwerg, Nederlandse hangoordwerg
Klein konijn1,7 tot 3 kgveel rasloze konijnen uit winkel en asiel
Middelgroot konijn3 tot 5 kgook veel rasloze konijnen
Groot konijn5 kg en zwaarderFranse hangoor, Vlaamse reus (tot wel 8 kg)

Kleindier Liefhebbers Nederland (KLN), de bond waarbij de rasverenigingen zijn aangesloten, schrijft dat de dwergrassen „rond één kilo wegen” en dat in deze groep de populairste rassen van dit moment zitten, zoals de Nederlandse Hangoordwerg, de Kleurdwerg en de Pool.

De dwergfactor: waarom een dwergnest niet alleen dwergen geeft

Echte dwergen zijn klein door een erfelijke dwergfactor. Volgens het LICG zorgt die factor voor „een klein formaat, een bolle kop en korte oren”. Kruis je twee dwergen, dan is gemiddeld de helft van de jongen een dwerg, een kwart groter dan een dwerg (een „valse dwerg”) en een kwart zo klein dat ze niet levensvatbaar zijn en binnen enkele dagen sterven. Het LICG noemt dit bij kleurdwergen en Pooltjes. Twee dwergouders zijn dus geen garantie voor een dwergkonijntje, en fokken met dwergen is niets om „even te proberen”.

Dwergkonijnrassen in de Nederlandse standaard

Welke rassen officieel bestaan, staat in de Standaard voor Konijnen van KLN. De volledige beschrijvingen staan in een betaalde digitale versie, maar de inhoudsopgave is openbaar. Daarin staan deze dwergrassen: Angora Hangoordwerg, Rex Hangoordwerg, Leeuwenkopdwerg, Angoradwerg, Lotharingerdwerg, Papillondwerg, Nederlandse Hangoordwerg, Rexdwerg, Teddydwerg, Vosdwerg, Polish (Haasdwerg), Kleurdwerg, Pool Roodoog en Pool Blauwoog.

Voor de bekendste dwergen publiceert de Nationale Polen- en Kleurdwergenclub (NPKC), volgens eigen zeggen de grootste bij KLN aangesloten speciaalclub, de rasbeschrijving met gewicht en oorlengte. Daaruit komt deze vergelijking:

Ras (KLN-standaard)Zo herken je hetGewichtVacht en verzorgingLet op
KleurdwergBolvormige kop, breed voorhoofd, oren 4–6 cm, geblokt lijf met „zeer korte hals”800–1.350 g (NPKC)Iets korter dan normaal, dicht; borstelen in de ruiKaakstand en tanden laten controleren
Pool Roodoog en Pool Blauwoog („hermelijn”)Helder wit, rode of lichtblauwe ogen, oren 4–6 cm800–1.350 g (NPKC)Kort en dicht, rijk aan onderhaarEpilepsie komt af en toe voor bij de Blauwoog Pool (LICG)
Polish (Haasdwerg)Eivormige kop, lichtgebogen neusbeen, oren 5–7 cm800–1.150 g (NPKC)Kort, zacht en glanzendType „enigszins kort” (typegroep E); de kleurdwerg is „geblokt” (typegroep D)
Nederlandse HangoordwergHangende oren, ronde kopDwergklasse, tot 1,7 kg (LICG); exacte norm in de KLN-standaardKort; vooral in de rui borstelenMeer kans op oorontsteking en gebitsproblemen
TeddydwergLange, pluizige vachtDwergklasse (LICG); norm in de KLN-standaardMinstens om de dag voorzichtig kammen (LICG)Vervilting, vieze achterkant, madenziekte
LeeuwenkopdwergLange haren rond de kopDwergklasse; norm in de KLN-standaardLangharige delen minstens wekelijks borstelen (LICG-advies voor langharige konijnen)Klitten onder de kin, op borst en buik
Angoradwerg en Angora HangoordwergWolvachtNorm in de KLN-standaardRegelmatig borstelen; angora volgens het LICG minstens elke drie maanden knippenZie onze gids over angorakonijnen

Hermelijn, minilop en dwerghangoor: namen uit advertenties

Hermelin is de Duitse naam voor het witte dwergras dat in Nederland officieel Pool heet. De vernederlandste vorm hermelijn wordt ook gebruikt. Een „dwerghangoor” of „minilop” staat niet als zodanig in de KLN-standaard; de Nederlandse rasnaam is Nederlandse Hangoordwerg. Vraag bij zo'n advertentie dus altijd welk ras er bedoeld wordt, en hoe zwaar de ouders zijn.

Zocht je een dwerghamster? Dat is een knaagdier met heel andere behoeften; zie onze gids over de Chinese dwerghamster.

Dwergkonijn met hangoren in schildpadkleur knabbelt aan een stukje groente op donkere ondergrond
Een hangoordwerg valt in de dwergklasse, maar door de hangende oren is de kans op oor- en gebitsproblemen groter dan bij konijnen met staande oren.

Hoe groot wordt een dwergkonijn?

Een volwassen dwergkonijn weegt grofweg tussen 0,8 en 1,7 kilo, afhankelijk van het ras. De showstandaarden van de NPKC zijn strenger dan die bovengrens: een kleurdwerg weegt 800 tot 1.350 gram en krijgt de meeste punten voor het gewicht tussen 1.000 en 1.300 gram. Een Polish mag maximaal 1.150 gram wegen. Het LICG zet het verschil in perspectief: „Een dwergkonijntje dat anderhalve kilo zwaar wordt is heel iets anders dan een flinke Vlaamse reus die wel acht kilo kan wegen.”

Wordt dit jonge konijntje echt een dwerg?

Bij een jong konijn is dat lastig te zien. Het LICG waarschuwt dat konijntjes soms als dwerg worden verkocht „terwijl ze een forse middenmaat worden”, en dat het kleinste konijntje in de winkel soms gewoon het jongste is. Deze punten helpen:

  • Oren: echte dwergjes hebben relatief korte oortjes; hoe langer de oren, hoe groter het konijn meestal wordt.
  • Kop: dwergkonijnen houden ook als volwassene een ronde kop. Bij de meeste andere rassen wordt de kop spitser naarmate ze ouder worden.
  • Ouders: vraag naar het ras en het gewicht van beide ouders, en kijk of je ze kunt zien.
  • Leeftijd: vraag hoe oud het konijntje is. Het LICG heeft een fotoschema van jonge konijnen waarmee je leeftijd en eindformaat kunt inschatten.
  • Volwassen dier: wil je zekerheid over formaat en karakter, kies dan een volwassen konijn uit de opvang. Dat heeft zijn eindgewicht al bereikt.

Kleine kop, grote gevolgen: tanden en andere erfelijke risico's

Konijnentanden en -kiezen groeien hun hele leven door en slijten af door het kauwen. Dat werkt alleen als ze goed op elkaar staan, en bij dwergkonijnen gaat dat vaker mis. Het LICG schrijft: „Vooral bij dwergkonijnen, waarbij gefokt is op een rond hoofd, komt een kaakstand voor waarbij de ondertanden voor de boventanden uit steken, de zogenaamde olifantstanden.” In het overzicht van erfelijke aandoeningen staat dat olifantstanden bij verschillende rassen voorkomen, maar „relatief vaak bij dwergrassen”, soms doordat de onderkaak te lang is ten opzichte van de bovenkaak. Zonder behandeling sterft het dier.

Ook uit de fokkerij zelf komt dit signaal. In een onderzoek naar gezelschapskonijnen in Nederland, waarvan het LICG in 2018 de samenvatting publiceerde, noemde één op de zes hobbyfokkers afwijkingen aan de tanden als een van de meest geziene gezondheidsproblemen. Omdat de voeding bij die fokkers op orde leek, werd volgens de onderzoekers „een genetische basis, door het fokken op kortschedelige rassen, aannemelijker”.

Signalen van gebitsproblemen

Het LICG noemt deze signalen. Zie je er één of meer, ga dan naar de dierenarts:

  • minder, moeilijker of helemaal niet eten, en gewichtsverlies;
  • kwijlen of natte ogen;
  • een bult rond de kaken of een uitpuilend oog;
  • uitstekende tanden of tanden met dwarsribbels;
  • een slecht verzorgde vacht;
  • bij slecht eten vaak ook kleinere keutels.

De dierenarts kan tanden en kiezen bijslijpen, vaak onder narcose. Laat te lange tanden niet knippen: dat geeft beschadigingen en nog meer problemen. Tanden die steeds weer te lang worden omdat ze scheef staan, kunnen volgens het LICG beter getrokken worden. Kies een dierenarts met ervaring in het konijnengebit. Behandelingen kunnen terugkomen, dus denk vooraf na over een buffer of een huisdierenverzekering die konijnen accepteert.

Eet je konijn niet? Dan ga je volgens het LICG dezelfde dag nog naar de dierenarts. De darmen kunnen stil gaan liggen en te lang wachten kan dodelijk zijn.

Andere aandoeningen die bij dwergen bekend zijn

  • Geboorteproblemen: bij kleine dwergkonijnen kan het bekken van het vrouwtje te klein zijn voor de jongen (LICG).
  • Epilepsie: komt af en toe voor bij witte konijnen met blauwe ogen, onder andere de Blauwoog Pool (LICG).
  • Oren bij hangoordwergen: hangoorkonijnen hebben vaak een vernauwde gehoorgang en meer kans op oorontsteking (LICG). In een kleine studie bij dertig opvangkonijnen hadden de hangoren vaker oorproblemen én vaker afwijkingen aan snijtanden en kiezen dan konijnen met staande oren (Johnson en Burn, 2019).
  • Splay leg: een afwijking waarbij de poten het gewicht niet goed kunnen dragen en naar buiten draaien; soms erfelijk, soms een ontwikkelingsfout.

Hoeveel ruimte hebben twee dwergkonijnen nodig?

Dat een dwergkonijn klein is, betekent niet dat een klein hok volstaat. Het LICG heeft de Huisdierenbijsluiter Konijn in september 2026 flink herzien, met nieuwe maattabellen. Het uitgangspunt: konijnen moeten kunnen rennen, springen, op hun achterpoten staan en afstand van elkaar nemen. Volgens het LICG zijn kleinere rassen in het algemeen ook actiever dan de grote. Alle maten gelden voor twee konijnen; houd je er om een speciale reden maar één, dan blijft de aanbevolen maat hetzelfde.

OnderdeelAdvies voor twee dwergkonijnenBron
Losloopruimte (altijd nodig)280 x 200 cm, 5,6 m², minimaal 0,75 m hoog; hok en etages tellen niet meeLICG, tabel 1
Alleen losloopruimte binnen, zonder hokZo'n 6 m², omdat toiletbakken en schuilhokjes ook ruimte innemenLICG
Basisverblijf binnen, als de losloopruimte niet altijd open is205 x 80 x 60 cm (1,6 m²), plus liefst 5 à 6 uur per dag losloopruimte rond ochtend- en avondschemeringLICG, tabel 2
Buiten: nachthok (altijd nodig)110 x 70 x 60 cm, vorstvrij, water- en winddichtLICG, tabel 3
Buiten: uitloop aan het nachthok145 x 60 cm (samen met nachthok 1,6 m²), plus losloopruimte uit tabel 1LICG, tabel 3
Ren voor twee gemiddelde konijnenMinimaal 2 m², ideaal 4 à 5 m²Dierenbescherming
Hok voor één dwergkonijnMinimaal 50 x 60 cmKLN (fokkersbond)

De 50 bij 60 centimeter van KLN is een minimum voor een hok; LICG en Dierenbescherming adviseren voor twee dwergkonijnen een veelvoud. Het beste is volgens het LICG een verblijf met altijd toegang tot de losloopruimte, die voor dwergen is berekend op zeven bij vijf hoppen.

Hoog genoeg afzetten: „veel konijnen kunnen zeker een meter hoog springen”, schrijft het LICG. Dek de losloopruimte af of maak het hek minimaal een meter hoog. Buiten graaf je het gaas minstens 50 centimeter de grond in tegen graven en roofdieren.

Binnen of buiten?

Beide kan. Konijnen kunnen slecht tegen temperatuurschommelingen: haal een buitenkonijn in de winter niet steeds naar binnen, en laat een binnenkonijn niet naar buiten bij lage temperaturen. Konijnen die buiten gaan wonen, verhuizen het best al in de zomer, zodat ze een wintervacht ontwikkelen. In de zomer is het omgekeerd: konijnen kunnen slecht tegen hitte, en bij een hittegolf kan het beter zijn ze tijdelijk binnen te halen als het daar koeler is dan buiten in de schaduw. Concrete tips staan in onze hittegolfgids voor konijnen en knaagdieren.

Inrichting in het kort

  • Minstens één schuilplek per konijn, en één waar ze samen onder passen; liefst met twee openingen.
  • Een toiletbak per konijn, gevuld met bijvoorbeeld houten korrels of hennepvezel en afgedekt met hooi of stro. Nooit klontvormende kattenbakvulling.
  • Een graafbak: binnen met hooi, buiten met onbemeste tuinaarde.
  • Knaagmateriaal zoals takken van wilg of hazelaar, en een hooiruif.
  • Een niet-gladde ondergrond binnen, en buiten deels zachte grond in plaats van alleen tegels.

Altijd met z'n tweeën: welke combinatie werkt?

Konijnen zijn groepsdieren. Het LICG schrijft dat konijnen met een soortgenoot minder vaak stereotiep gedrag vertonen, het minder snel koud hebben en sneller herstellen van stress. De Dierenbescherming zegt het korter: een konijn alleen „voelt zich gewoonweg onveilig en vereenzaamt”.

Beste keuze

Een gecastreerde ram met een voedster, liefst ook gecastreerd. Volgens het LICG meestal de beste combinatie.

Kan, met voorwaarden

Twee jong gecastreerde voedsters die samen opgroeien. Bij volwassen voedsters alleen langzaam, op neutraal terrein en met genoeg schuilplekken.

Afraden

Twee ongecastreerde rammen: die gaan bijna altijd vechten als ze ouder worden. En geen konijn met een cavia: ze begrijpen elkaar niet en konijnen kunnen Bordetella overdragen.

Koop je twee jonge konijnen van verschillend geslacht, let dan goed op de timing. Rammen kunnen vanaf ongeveer drie tot vier maanden vruchtbaar zijn en worden rond die leeftijd gecastreerd; voedsters vanaf ongeveer vijf maanden. Het LICG raadt aan om kleinere rassen rond drie maanden met gaas te scheiden, de ram te laten castreren en ze daarna stapsgewijs weer samen te zetten. Na de castratie kan een ram nog twee tot vier weken vruchtbaar zijn. Wat de ingreep kost en wat er in de prijs zit, lees je in onze gids konijn castreren: kosten.

Voeding: hooi eerst, brokjes met mate

Een konijn heeft heel veel vezels nodig. Hooi en gras zijn het hoofdvoer en volgens het LICG belangrijk voor de juiste slijtage van de kiezen; bij dwergen met hun gevoelige gebit telt dat extra.

WatHoeveelVoorbeeld voor een dwerg van 1,2 kg
Hooi en/of grasOnbeperkt, elke dag versAltijd een volle ruif
Biks (brokjes, geen gemengd voer)Hooguit 20 gram per kilo lichaamsgewicht per dagMaximaal 24 gram per dag
GroenteDagelijks een paar soorten, nieuwe soorten heel langzaam opbouwenBijvoorbeeld witlof, andijvie, wortelloof, radijsblad
Fruit en wortelHooguit af en toe een heel klein stukjeEen dun schijfje wortel als traktatie
WaterOnbeperkt, minstens eens per dag verversenLiefst een zware, stenen bak

Waarom geen gemengd voer? Konijnen eten daar de lekkerste stukjes uit en krijgen tekorten. Bovendien is volgens het LICG uit onderzoek gebleken dat gemengd konijnenvoer kan leiden tot gebitsproblemen. Kies biks met veel vezels en een goede calcium-fosforverhouding. Het LICG noemt als richtlijn 0,6 tot 1 procent calcium, 0,3 tot 0,4 procent fosfor en 600 tot 800 IE vitamine D per kilo.

Niet geven: knoflook, ui, prei, aubergine en aardappel, en ook geen droog brood, crackers of zetmeelrijke snacks. Een knaagsteen is af te raden: die bevat te veel kalk en kan blaasstenen veroorzaken. Takken van wilg of hazelaar zijn een goed alternatief.

Weeg je dwergkonijnen regelmatig: een paar honderd gram erbij is bij een dier van een kilo relatief veel. Met de Maat-o-meter van het LICG beoordeel je of het gewicht goed is.

Dwergkonijnen verzorgen: per dag, week en jaar

Konijnen vragen elke dag tijd, ook als ze buiten wonen. Deze routine volgt de adviezen van het LICG en de Dierenbescherming:

  1. Elke dag: hooi bijvullen, water verversen, groente en afgewogen biks geven, toiletbakken verschonen en kijken of beide konijnen eten, poepen en zich normaal gedragen. Keutels horen groot, droog en vezelig te zijn.
  2. Elke week: het hele verblijf schoonmaken („Als het gaat stinken, bent u te laat!”), de toiletbak extra goed schoonmaken met azijn tegen aanslag. Weeg de konijnen regelmatig, bijvoorbeeld bij die schoonmaakbeurt.
  3. Vacht: kortharige dwergen vooral in de rui borstelen; langharige dwergen ook buiten de rui minstens één keer per week helemaal; teddydwergen minstens om de dag voorzichtig kammen.
  4. Nagels: regelmatig controleren. De Dierenbescherming noemt knippen eens in de twee à drie maanden voor konijnen die vooral binnen of in het hok lopen.
  5. Elk jaar: vaccineren tegen myxomatose en beide varianten van RHD. Het combinatievaccin werkt een jaar. Alle details staan in ons vaccinatieschema voor konijnen. Laat de dierenarts bij die afspraak meteen tanden en kiezen nakijken.
Pluizig bruingrijs dwergkonijn met korte oren en lange haren rond de kop in zijaanzicht
Dwergen met een lange of pluizige vacht vragen meer kamwerk; in een vervilte vacht blijven ontlasting en urine hangen, en dat trekt vliegen aan.

Hoe oud wordt een dwergkonijn?

Volgens het LICG kan een konijn als huisdier „zo'n acht tot tien jaar oud worden, maar ouder is ook mogelijk”. Erg grote rassen worden gemiddeld vijf à zes jaar, dwergrassen vaak ouder. Een dwergkonijn is dus een verbintenis voor ongeveer tien jaar.

In de praktijk halen veel konijnen dat niet: in het LICG-onderzoek uit 2018 rapporteerden ruim 3.500 eigenaren gemiddeld 6,7 jaar. Het LICG noemt als oorzaken van vroege sterfte vooral verkeerde voeding, niet laten inenten, verkeerde huisvesting en stress. Voor voedsters komt daar baarmoederkanker bij: het risico neemt boven de drie jaar flink toe, en castratie rond zes maanden voorkomt het.

Wat kost een dwergkonijn?

De aanschaf is het goedkoopste deel. Het LICG noemt in twee documenten iets verschillende bedragen; beide staan in de tabel.

KostenpostBedrag volgens het LICGToelichting
Aanschaf per konijnVanaf ongeveer € 20; gemiddeld € 25 tot € 80Raskonijnen zijn vaak duurder
Binnenverblijf voor twee dwergkonijnenMinimaal € 400Losloopruimte met renhekken, vinyl en inrichting (bijsluiter 2026); buitenhok met ren is duurder
VoerRuim € 50 per maand voor twee kleine konijnenBiks kost zo'n € 4 tot € 10 per kilo, hooi tot enkele euro's per kilo
BodembedekkingRuim € 15 per maand voor twee konijnenHout- of strokorrels, hennepvezel, stro
VaccinatieZo'n € 130 per jaar voor twee konijnenMyxomatose en RHD1/RHD2
CastratieRam ongeveer € 115 (prijsniveau 2025), voedster ongeveer het dubbele of vanaf € 200Afhankelijk van formaat en methode

Reken daarnaast op onverwachte dierenartskosten, bijvoorbeeld voor het gebit, en op hogere tarieven 's avonds en in het weekend. In het LICG-onderzoek uit 2018 voelde slechts 15 procent van de eigenaren zich vooraf voldoende geïnformeerd over de kosten van verzorging en dierenarts. Vergelijk je met een kleiner huisdier, kijk dan ook naar onze kostenberekening voor een hamster.

Kopen of adopteren: waar let je op?

Konijnen zijn te koop bij dierenspeciaalzaken, fokkers en particulieren, en te adopteren bij asielen en konijnenopvang. Het LICG wijst op een paar verschillen:

Opvang

Konijnen van alle leeftijden, vaak al gecastreerd en soms als gekoppeld stel. Je ziet het eindformaat en het karakter. Zoeken kan via de Dierenbescherming, Stichting Dierenasiels & Internet of Stichting Konijnenbelangen.

Rasfokker

Fokkers van een bepaald ras vind je via de rasvereniging, die je via Kleindier Liefhebbers Nederland vindt. Raskonijnen hebben meestal een tatoeage in het oor; officiële stamboompapieren bestaan niet.

Dierenspeciaalzaak

Een bedrijfsmatige verkoper moet je wettelijk schriftelijke verzorgingsinformatie meegeven. Bij een winkel die is aangesloten bij Dibevo heb je een klachtenregeling.

Wettelijk mogen jonge konijnen vanaf zes weken naar een nieuwe eigenaar. Veel rasfokkers verkopen ze volgens het LICG niet voor acht of negen weken, en dat is beter: jonge konijnen hebben een kwetsbare spijsvertering en zijn gevoelig voor stress.

Checklist bij het uitkiezen

  • Ogen, oren, neus en anus schoon; geen niezen of moeilijk ademen.
  • Tanden recht, met de bovenste snijtanden over de onderste. Til voorzichtig de lippen op om te kijken.
  • Vacht glad en glanzend (in de rui kan hij plukkerig zijn), nagels niet te lang.
  • Niet te dik of te dun; het konijn loopt soepel.
  • Keutels droog en vezelig, niet klein en keihard en niet zacht en plakkerig.
  • Schoon, ruim hok met vers hooi en water.
  • Vraag naar leeftijd, ras, gewicht van de ouders, huidige voeding, vaccinaties en castratie.

Past een dwergkonijn bij jou?

Het LICG noemt konijnen „leuke, maar relatief veeleisende huisdieren”, eigenlijk beter geschikt voor volwassenen dan voor kinderen. Dwergkonijnen zijn volgens het LICG in het algemeen „wat feller, schichtiger en minder aaibaar” dan grote rassen. Voor een gezin met jonge kinderen is een wat groter, volwassen konijn uit de opvang vaak de betere keuze. Neem een dwergkonijn als jij er zelf tien jaar zin in hebt en ruimte hebt voor twee.

Veelgestelde vragen

Hoe groot wordt een dwergkonijn?

Het LICG rekent konijnen tot 1,7 kilo tot de dwergkonijnen. Kleurdwerg en Pool wegen volgens de KLN-speciaalclub NPKC 800 tot 1.350 gram, met oren van 4 tot 6 centimeter. De Polish (Haasdwerg) weegt 800 tot 1.150 gram.

Wat is het verschil tussen een kleurdwerg en een hermelijn?

Hermelin is de Duitse naam van het witte dwergje dat in de Nederlandse standaard Pool heet, met rode (roodoog) of lichtblauwe ogen (blauwoog). De kleurdwerg heeft dezelfde bouw en hetzelfde gewicht, maar komt in veel kleuren en tekeningen voor.

Is een hangoordwerg ook een dwergkonijn?

Ja. Het LICG noemt de Nederlandse hangoordwerg als voorbeeld van een dwergkonijn (tot 1,7 kilo). Konijnen met hangoren zijn wel gevoeliger voor oorproblemen en hebben in onderzoek vaker gebitsproblemen.

Mag je een dwergkonijn alleen houden?

Liever niet. LICG en Dierenbescherming adviseren minstens twee konijnen samen. Een gecastreerde ram met een voedster is meestal de beste combinatie. Zet nooit twee vreemde volwassen konijnen zomaar bij elkaar.

Hoeveel ruimte heeft een dwergkonijn nodig?

Het LICG adviseert voor twee dwergkonijnen een losloopruimte van 280 bij 200 centimeter (5,6 m²) en 75 centimeter hoog. Is die ruimte niet altijd open, dan daarnaast een basisverblijf van 205 x 80 x 60 cm. De Dierenbescherming noemt minimaal 2 m² voor twee gemiddelde konijnen.

Hoe oud wordt een dwergkonijn?

Volgens het LICG worden konijnen als huisdier zo'n acht tot tien jaar, soms ouder. Heel grote rassen worden minder oud dan dwergrassen. Eigenaren rapporteerden in een LICG-onderzoek uit 2018 gemiddeld 6,7 jaar.

Wat eet een dwergkonijn?

Onbeperkt hooi of gras als hoofdvoer, dagelijks een paar soorten geschikte groente en hooguit 20 gram biks per kilo lichaamsgewicht per dag. Voor een dwergkonijn van 1 kilo is dat dus maximaal 20 gram. Geen gemengd voer en geen knaagsteen.

Zijn dwergkonijnen geschikt voor kinderen?

Minder dan je zou denken. Volgens het LICG zijn dwergkonijnen meestal feller, schichtiger en minder aaibaar dan grotere rassen, en de meeste konijnen worden niet graag opgetild. Een volwassene moet de zorg dragen.

Waarom hebben dwergkonijnen vaak tandproblemen?

Bij dwergkonijnen is gefokt op een ronde kop. Daardoor komt vaker een kaakstand voor waarbij de ondertanden voor de boventanden staan, de zogenaamde olifantstanden. De tanden slijten dan niet af en moeten regelmatig door de dierenarts worden bijgeslepen.

Kan een dwergkonijn buiten wonen?

Ja, met een soortgenoot, een vorstvrij en water- en winddicht nachthok en een grote ren. Laat konijnen vanaf de zomer buiten wonen zodat ze een wintervacht krijgen, en zorg voor schaduw: konijnen kunnen slecht tegen hitte.

Bronnen, geraadpleegd op 28 oktober 2026

  • LICG, Huisdierenbijsluiter Konijn (webpagina en pdf, versie september 2026): gewichtsklassen, levensverwachting, maattabellen 1 tot 3, gezelschap, voeding, verzorging, ziekten, aanschaf en kosten.
  • LICG, nieuwsbericht „Verantwoord konijnen houden met de vernieuwde Huisdierenbijsluiter Konijn” (25 september 2026).
  • LICG, „De aanschaf van konijnen”: rassen, karakter, erfelijke tandproblemen, leeftijd bij aanschaf, kosten en adressen.
  • LICG, „Overzicht erfelijke aandoeningen bij konijnen en knaagdieren”: olifantstanden, dwergfactor, geboorteproblemen, epilepsie, splay leg.
  • LICG, „Gebitsproblemen bij konijnen – samenvatting” (versie oktober 2025).
  • LICG, executive summary onderzoek naar gezondheid en welzijn van gezelschapskonijnen in Nederland (31 oktober 2018).
  • Kleindier Liefhebbers Nederland, pagina Konijnen (dwergrassen, hokmaat) en inhoudsopgave van de digitale Standaard voor Konijnen (rassen 45b tot en met 52).
  • Nationale Polen- en Kleurdwergenclub (NPKC), rasbeschrijvingen Kleurdwerg, Polish, Pool Roodoog en Pool Blauwoog.
  • Dierenbescherming, „Goed zorgen voor konijnen” en Het Knaaghof, „Geschikte konijnenverblijven”.
  • Johnson, J.C. en Burn, C.C. (2019), „Lop-eared rabbits have more aural and dental problems than erect-eared rabbits: a rescue population study”, Veterinary Record (preprint via bioRxiv).

Galerij

2 afbeeldingen

Misschien vind je dit ook leuk

Zie alle gelijkaardige
Hollander konijn: herkennen, karakter, huisvesting en verzorging
Knaagdieren konijnen

Hollander konijn: herkennen, karakter, huisvesting en verzorging

Een Hollander is een klein, kortharig konijnenras met witte bles, gekleurde wangen, witte kraag en voorhand, een gekleurd zadel en witte achtervoetjes. Buitenlandse standaarden noemen 1,58–2,48 kg (ARBA), ideaal ca. 2,0–2,3 kg (Brits) en ideaal 2,50–3,25 kg (ZDRK); de Nederlandse KLN-standaard (nr. 41) staat achter een betaalmuur. Voor twee Hollanders adviseert het LICG een losloopruimte van 350 x 250 cm (8,8 m²), onbeperkt hooi en hooguit 20 gram brokjes per kilo per dag; een huiskonijn wordt zo'n acht tot tien jaar.

29 oktober 202616 min lezen
Angora konijn: vachtverzorging, borstelen, scheren en hitte
Knaagdieren konijnen

Angora konijn: vachtverzorging, borstelen, scheren en hitte

Een angorakonijn heeft een dikke, lange wolvacht. Het LICG adviseert langharige konijnen minstens wekelijks helemaal te borstelen en dagelijks naar klitten te voelen, en de angoravacht minstens elke drie maanden te knippen; KLN noemt dagelijks borstelen. Vervilting geeft huidirritatie en oververhitting, een vieze achterkant madenziekte, en konijnen krijgen het al vanaf ongeveer 24 graden moeilijk.

28 oktober 202615 min lezen
Leeuwenkop konijn: borstelen, vachtverzorging en huisvesting
Knaagdieren konijnen

Leeuwenkop konijn: borstelen, vachtverzorging en huisvesting

Een leeuwenkop (KLN: Leeuwenkopdwerg, nr. 45d) is een klein konijn met een manen van ongeveer 6 cm rond kop, nek en borst en een korte vacht op de rest van het lijf; de Duitse ZDRK-standaard noemt 1,25 tot 1,9 kilo. Voel dagelijks op klitten, kam de manen een paar keer per week en borstel minstens wekelijks het hele konijn, in de rui vaker; het dieet moet volgens het LICG minstens 20 tot 25% vezels bevatten om ingeslikt haar af te voeren. Twee dwergkonijnen hebben minstens 280 x 200 cm (5,6 m²) losloopruimte nodig, en vanaf zo'n 24 graden krijgen konijnen het moeilijk.

29 oktober 202615 min lezen